Theologie en Ecologie

Zorg voor de schepping als een theologisch probleem

In de meeste christelijke geloofsgemeenschappen wordt op 1 september het feest van de schepping gevierd. Tot het feest van de heilige Franciscus van Assisi staat daarna de schepping en de zorg ervoor centraal in wat de periode van de schepping wordt genoemd. Op 1 september van dit jaar publiceerde de internationale theologische commissie van het Vaticaan het document “Zorg dragen voor ons gemeenschappelijk huis: een verantwoordelijk en broederlijk antwoord op de drie-ene God”. In dit artikel willen we enkele punten uit het document voorstellen en duiden.

1. Een nieuw mensbeeld

Binnen de christelijke traditie is er steeds theologisch nagedacht over de verhouding van de mens met de overige natuur. Er is een stroming die de mens als de beheerser van de natuur ziet en die natuur als een puur te consumeren realiteit beschouwt. Deze visie is echter maar één geluid en gaat voorbij aan andere christelijke tradities die anders over het natuurlijke spreken.

De apostel Paulus, de eerste grote theoloog, spreekt in de brief aan de Romeinen (Rom. 8:19-22) over de schepping als iets wat ook op verlossing hoopt en dit zal ervaren: “Ook de schepping verlangt vurig naar de openbaring van Gods kinderen. Want zij is onderworpen aan een zinloos bestaan, niet omdat zij het zelf wil, maar door de wil van Hem die haar daaraan onderworpen heeft. Maar zij is niet zonder hoop, want ook de schepping zal verlost worden uit de slavernij der vergankelijkheid en delen in de glorierijke vrijheid van de kinderen Gods. Wij weten immers dat de hele natuur kreunt en barensweeën lijdt, altijd door.” Verder meende Origenes dat alle schepselen aan elkaar gelijkaardig zijn in de manier waarop ze verschillen van de schepper.

Deze positieve visie op de natuur vindt een hoogtepunt in het Zonnelied van Franciscus van Assisi. Het is zowel een lofzang tot God om de schoonheid en het wezen van de schepselen, als een kosmische liturgie waarin heel de schepping God looft en verenigd is in een onderling broeder- en zusterschap voor God. Deze visie blijft voortleven in de franciscaanse traditie. Zo ontdekte men in 1677 in het dagboek van de later heiligverklaarde claris Veronica Giuliani naast vele mystieke en theologische beschouwingen ook een verbreding in haar gebedsleven. Waar ze in eerdere geschriften voor een aantal mensen bad dat deze meer tot Jezus zouden komen, verbreedde de groep waarvoor ze bad steeds meer, werd steeds meer oecumenisch totdat het de volledige schepping omvatte. En zo bad ze op het eind van haar leven voor heel de schepping dat deze haar vervulling mocht vinden in God.

Al deze gedachten hebben gemeen dat ze de mens niet zien als een wezen dat alleen maar boven de overige natuur staat, maar er juist haar wezenlijkste identiteit mee deelt. De Theologische commissie neemt dat wereldbeeld over, maar verbindt er ook de verhouding van de mens met zijn medemens aan. De laatste pausen hebben in hun documenten en uitlatingen over het klimaat deze problematiek ook steeds verbonden aan ongezonde intermenselijke verhoudingen.  Zo heeft de theoloog-paus Benedictus XVI de oproep gedaan om “de onderliggende oorzaken van het disfunctioneren van de wereldeconomie uit te bannen en de groeimodellen te herzien die niet in staat lijken het respect voor het milieu te waarborgen”. Volgens hem “hangt het verval van de natuur nauw samen met de cultuur die de menselijke samenleving vormt”. De Duitse paus heeft de mensheid opgeroepen te erkennen dat de schepping in gevaar is gebracht “door onszelf, omdat wij de laatste instantie zijn, omdat wij het eigendom van de schepping voor onszelf hebben gemaakt en het verspillen”. Hij waarschuwde dat “de verspilling van de schepping begint waar wij geen hogere instantie meer erkennen dan onszelf, maar alleen ons eigen ik”. Dit thema werd door paus Franciscus in zijn belangrijke encycliek ‘Laudato Si’ volledig uitgewerkt in het concept van integrale ecologie waarin sociale en ecologische solidariteit met elkaar verweven zijn. Hij stelde erin dat de opvatting die de willekeur van de sterksten ondersteunt, in grote mate heeft bijgedragen aan ongelijkheid, onrecht en geweld, omdat hulpbronnen worden toegeëigend door degenen die het eerst komen of de macht hebben: de winnaar krijgt alles. Het ideaal van harmonie, gerechtigheid, broederschap en vrede dat Jezus predikt, staat haaks op dit model. Een oprechte verbondenheid met alle levende wezens in de natuur kan niet bestaan zonder een hart dat gevuld is met tederheid, medeleven en zorg voor de mens.

Het nieuwe document gaat hierop voort en stelt een nieuwe kijk op de mensheid voor: een ‘gesitueerd antropocentrisme’. Het verzet zich tegen een verabsoluteerd antropocentrisme waarin het individu zichzelf centraal zet en waaraan de zwakkere medemens en het klimaat ten onder gaan. Het verzet zich echter ook tegen een doorgeslagen ecocentrisme waarin voor de mens en zijn noden geen plaats meer is. Dit nieuwe mens- en wereldbeeld roept de mens op de ander vooral als naaste te zien en de overige natuur als iets waarvan de mens zowel rentmeester als dienaar is. De mens kan zorg dragen voor diens persoonlijke behoeftes zonder daarbij de ander te verdrukken of de natuur te vernietigen.

God schept de mens. Illustratie uit een Georgisch manuscript uit 1674.

God schept het universum. Afbeelding uit het getijdenboek van Louis de Laval, ontstaan tussen 1480 en 1485.

2. De schepping als beeld van de drie-ene God

Op het einde van de 19de en in het begin van de 20ste eeuw begint in de Westerse wereld een grotere aandacht te komen voor de natuur die door de industrialisatie verwoest wordt. Op deze nieuwe visie op de natuur volgt ook een theologische reflectie die intensiveerde met de sterke opleving van de milieubeweging in de 60er en 70er jaren van de 20ste eeuw. Vanaf de 90er jaren krijgt deze nieuwe theologische stroming de naam ecotheologie. Het zijn opvallend genoeg niet de katholieke ecotheologen, noch hun protestantse collega’s die het meeste indruk hebben gemaakt. Deze distinctie gaat naar de oosters-orthodoxe theologen, waaronder vooral Kallistos Ware en Ioannis Zizioulas die op originele manier de ecologische problematiek verbonden aan het kosmische werk van de Heilige Geest. Bij hen leefde ook sterk het idee dat zij niet bezig waren met het uitwerken van een nieuwe theologische school, maar met de herontdekking van oude christelijke gedachten.

Vele ecotheologische beschouwingen zijn immers reeds te vinden bij de kerkvaders. Zo loofde Basilius de Grote de schepping als het grote kunstwerk van de goddelijke kunstenaar: “Laten we de allerhoogste Kunstenaar verheerlijken voor alles wat wijs en vakkundig gemaakt is; laten we ons door de schoonheid van zichtbare dingen verheffen tot Hem die boven alle schoonheid staat.” Ook was er Johannes van Damascus die streed tegen de iconoclasten, die geen afbeeldingen van God of het heilige wilden, door aan te geven dat het aanschouwen van de natuur de mens naar God kan leiden: “Sinds de schepping van de wereld worden de onzichtbare dingen van God duidelijk gezien door middel van beelden. We zien beelden in de schepping die, hoewel ze slechts zwakke lichten zijn, ons toch aan God herinneren. Wanneer we bijvoorbeeld spreken over de heilige en eeuwige Drie-eenheid, gebruiken we de beelden van de zon, het licht en de brandende zonnestralen; of een stromende fontein; of een overstromende rivier; of het verstand, de spraak en de ziel in ons; of een rozenstruik, een bloem en een zoete geur.” Hij ging nog verder en voerde aan dat God, door de incarnatie, de schepping tot zich optilt: “Ik aanbid de schepping niet, wel de schepper, maar ik vereer de Ene die een schepsel werd. Die werd als mijzelf, die zichzelf kleedde in schepping zonder zijn goddelijkheid te verzwakken of te verlaten. Zo verheft hij onze natuur in glorie en doet ons deelnemen aan zijn goddelijke natuur.”

Dergelijke oude gedachten kunnen verder uitgewerkt worden door moderne ecotheologen. Het dient vermeld dat in 1989, 26 jaar voor de publicatie van Laudato Si, de Oecumenisch Patriarch Dimitrios de eerste september, feestdag van de schepping, uitriep als dag voor de bescherming van het klimaat. Hij schreef op die dag de eerste milieu-encycliek. Dimitrios schreef nog twee klimaatencyclieken voor zijn dood in oktober 1991. Zijn opvolger, Oecumenisch Patriarch Bartholomeus, heeft elk jaar op 1 september een encycliek over het milieu geschreven sinds 1992. Hij staat dan ook bekend als de groene patriarch. Patriarch Bartholomeus houdt ons voor dat het menselijke en het natuurlijke niet als twee aparte werelden gezien moeten worden, maar als een verenigd, naadloos weefsel, geweven door God. De schepping die aldus een eenheid vormt, is volledig en permanent bewoond door het woord van God, in eeuwigheid door de schepper gesproken en is daardoor geheiligd.

Deze ecotheologen leren ons dat we enerzijds door de beschouwing van de natuur kunnen leren over God en dat we anderzijds door het bestuderen van theologische beschouwingen nieuwe visies kunnen ontwikkelen op klimaat en natuur. Het nieuwe document sluit zich daarbij aan door teksten te bestuderen van de heilige theologen Augustinus van Hippo, Hildegard van Bingen, Bonaventura van Bagnoregio en Thomas van Aquino. Deze vier grote theologen uit een ver verleden zijn er op hun manier van overtuigd dat de hele schepping getuigt van het diepste geheim van God: dat God een liefdesrelatie is tussen drie goddelijke Personen, de drie-ene natuur van God. De hele natuur spreekt er dus van dat God liefde en zelfgave is, en draagt deze waarden dan ook uit. De franciscaan Bonaventura was ervan overtuigd dat elk onderdeel van de schepping gemerkt is door het drie-ene wezen van God, en noemt de natuur dan ook een boek waaruit we God kunnen leren kennen.

Juist door de inherente waardigheid van een natuur die van God spreekt en door God geheiligd wordt, wordt ‘gesitueerd antropocentrisme’ noodzakelijk. Patriarch Bartholomeus roept ons als christenen op om “de wereld te aanvaarden als een sacrament van gemeenschap”, als een manier van delen met God en de naaste op wereldschaal. Het goddelijke en het menselijke ontmoeten elkaar in zelfs de kleinste details van de schepping, zelfs in het laatste stofje van onze planeet.

Net als Franciscus van Assisi ziet Bartholomeus de schepping als een goddelijke liturgie, een geïntegreerde lofzang op God. De Griekse theoloog Zizioulas werkte vanuit dit gezichtspunt uit dat de mensheid zichzelf moet zien als “priesters van de schepping” die al het geschapene moeten leren terug te verwijzen naar en opdragen aan God en het zo teruggeven aan de goddelijke schepper.

3. Ecologische bekering en ecologische spiritualiteit

Paus Franciscus hield ons voor dat het voorbeeld van de heilige Franciscus van Assisi ons eraan herinnert dat een gezonde relatie met de schepping onderdeel is van een bredere, integrale bekering van de persoon. Dit omvat ook het erkennen van onze eigen fouten, zonden, tekortkomingen en nalatigheden, en het oprecht berouw tonen om tot een ware ommekeer te komen. Wij moeten een innerlijke bekering doormaken, een verandering van het hart.”

Deze bekering omvat diverse, onderling verbonden houdingen die een vrijgevige en liefdevolle inzet voor het milieu stimuleren. Allereerst betekent het een houding van dankbaarheid en onbaatzuchtigheid, dat wil zeggen de erkenning dat de wereld een geschenk is van de Vader, ontvangen uit liefde. Daarnaast houdt het een liefdevol besef in dat wij niet gescheiden staan van andere schepselen, maar dat wij samen met hen een schitterende universele gemeenschap vormen. Een gelovige kijkt niet van buitenaf, maar van binnenuit naar de wereld en erkent de banden die de Vader heeft gelegd tussen ons en alle wezens.

Paus Franciscus nodigt alle christenen uit om deze dimensie van hun eigen bekering expliciet te maken, door de kracht en het licht van de ontvangen genade ook toe te passen op de relatie met andere schepselen en de wereld om hen heen. Zo kunnen zij de verheven broederschap met de hele schepping tot stand brengen, zoals de heilige Franciscus van Assisi op zo’n stralende wijze heeft geleefd.

Ook patriarch Bartholomeus heeft in verschillende toespraken en boodschappen benadrukt dat het dringend noodzakelijk is dat iedereen berouw toont over de manier waarop hij of zij de planeet schade toebrengt. Hij stelde dat “voor zover wij allemaal kleine ecologische schade veroorzaken”, wij geroepen zijn om “onze kleine of grote bijdrage aan de ontwrichting en vernietiging van het milieu” te erkennen. Hij heeft zich herhaaldelijk krachtig en prikkelend uitgelaten door ons uit te nodigen onze zonden tegen de schepping onder ogen te zien. Hij benadrukte dat “een misdaad tegen de natuur een misdaad tegen onszelf is en een zonde tegen God”. Daarnaast dringt Bartholomeus ook aan op een herontdekking van de monastieke tradities van vasten en soberheid zodat de mens gaandeweg zijn consumptie beperkt om zo een nieuw evenwicht te vinden waarin de natuur niet het slachtoffer wordt van de mens.

Het nieuwe document herhaalt de noodzaak van berouw en bekering en gaat in op het voorstel van Bartholomeus voor de herontdekking van monastieke waarden. Het plaatst de oude Benedictijnse leefregel van ‘Ora et Labora’, bidden en werken, een levensmodel waarin werk en bidden, dienst aan God en medemens, een harmonieus en gebalanceerd geheel vormen, als model voor de hedendaagse mens. Juist door het zoeken naar dit nieuwe evenwicht kan de mensheid ook met God een nieuwe relatie aangaan. Aldus, zo stelt de theologische commissie, kunnen we komen tot een ecologische spiritualiteit.

We willen deze theologische mijmering besluiten met de hoop dat in het leven van Franciscus van Assisi en in de franciscaanse traditie genoeg inspiratie zit om tot een dergelijke spiritualiteit en bekering te komen. Opdat we, door het leven van ‘Ora et Labora’, tot het universum kunnen leren te zeggen: ik wens je ‘Pax et Bonum’, Vrede en alle Goeds!

Matthé Vermeulen en Br. Steven Cauchie ofm

God schept de aarde. Schilderij van Giovanni di Paolo uit 1445.

Gerelateerde nieuwsberichten

Pixabay