Men leert naaste te worden van wie veraf is
Een interview met kardinaal Dominique Mathieu ofm.conv
De Belgische Dominique Mathieu ofm.conv is de aartsbisschop van Teheran-Isfahan. Toen Israël en Amerika de straat van Hormuz blokkeerden, werd de situatie in Iran gevaarlijk voor hem. Zodanig, dat de aartsbisschop in maart naar Rome moest worden geëvacueerd. Wij stelden hem enkele vragen over gebrokenheid, broederschap en geloof.
Heeft u iets ervaren van het zich ontkleden – het dragen van gebrokenheid – in uw ervaringen van de laatste jaren?
‘Sinds mijn jongste jaren ben ik getroffen door ziekten en kwalen en ben ik meermaals oog in oog komen te staan met de dood. Telkens opnieuw vond ik de juiste helpende hand — soms met, soms zonder deskundigheid. Dat ik bovendien mocht rekenen op de voorspraak van de heiligen tot wie ik mij wendde, ervaar ik als een teken dat de goddelijke voorzienigheid waakte over mijn lichamelijke en, later, ook mijn geestelijke zwakheden.
De betrokkenheid van familie, vrienden en kennissen, en later ook van de broederschap, heeft een grote rol gespeeld in mijn menselijke en geestelijke groei. Bij elke overgang — het omslaan van een blad, het sluiten van een deur, het breken van een tak — heb ik mij gedragen gevoeld. Ik wist dat ik ergens thuis kon komen, of ten minste deel uitmaakte van een groter geheel: de broederschap van allen die paus Franciscus in Fratelli Tutti beschrijft als bewoners van ons gemeenschappelijk huis, moeder aarde.’
Hoe ervaart u het verlies van de dagelijkse band met de broederschap door de bisschopswijding?
‘Zelfs midden in de broederschap kan de band met God en met de medebroeders verzwakken wanneer nederigheid losraakt van haar bron: de levende relatie met God. Dan dreigt innerlijke dorheid en heeft men gaandeweg minder te bieden aan mensen in spirituele nood. Voor minderbroeders blijft het essentieel dat ‘broeder’ de kern vormt en dat ‘minder’ deze kern nader bepaalt. Het verwijst niet naar geringheid, maar naar een levenshouding van evangelische nederigheid die wezenlijk is voor het broeder-zijn. De bisschopswijding kan op het eerste gezicht een breuk lijken, omdat men niet langer onder hetzelfde dak leeft. Toch hoeft zij geen werkelijke scheiding te betekenen. Wie zich bewust blijft van het leven onder dezelfde hemel blijft verbonden. Ook op afstand kan men zich gedragen weten door de broederschap en verbonden met de hele mensheid.’
Hoe is het om een nieuwe cultuur in een ander werelddeel te betreden?
‘Het loslaten van het eigene – cultuur, land, vertrouwde omgeving – brengt onvermijdelijk verlies met zich mee. Tegelijk heb ik van jongs af aan geleerd om open te staan voor andere culturen. Opgegroeid tussen twee werelden heb ik ervaren dat elke nieuwe cultuur niet alleen uitdagingen, maar ook verrijking biedt: men laat iets los en ontvangt iets nieuws. Die verruiming gaat echter gepaard met een zekere vervreemding. Hoewel men zich op vele plaatsen thuis kan voelen, blijft het mogelijk dat men soms als een vreemde wordt gezien.’
Hoe verloopt het voorgaan in een kleine gemeenschap christenen?
‘Voorgaan in een kleine gemeenschap uitheemse rooms-katholieken betekent niet dat men zich losmaakt van de universele Kerk. Integendeel, het kan de verbondenheid met de Kerk en de communio sanctorum juist verdiepen. In zulke situaties wordt de nabijheid van Christus vaak des te tastbaarder. Hij komt meer centraal te staan en men leert naaste te worden van wie ogenschijnlijk veraf is.’
Broeder Dominique Mathieu, kardinaal en aartsbisschop van Teheran-Isfahan
“Ook op afstand kan men zich gedragen weten door de broederschap en verbonden met de hele mensheid”
Het wapenschild van kardinaal Dominique Mathieu door Alejandro Rojas. Bron: Wikimedia Commons
“Toch betekent het aanvaarden van kwetsbaarheid dat men de weg van Jezus Christus volgt.”
Is dit alleen maar moeilijk of schuilt er ook vreugde in deze kwetsbaarheid?
‘De neiging om moeilijkheden te vermijden is menselijk. Toch betekent het aanvaarden van kwetsbaarheid dat men de weg van Jezus Christus volgt. Hij heeft zijn lijden en dood aangekondigd, maar bovenal zijn verrijzenis en het eeuwige leven verkondigd aan allen die in Hem geloven. Ook in beproevingen blijven zijn woorden klinken: “Ik ben met u alle dagen” (vgl. Mt. 28:20) en “Mijn vrede geef Ik u” (Joh. 14:27). Wanneer Gods Woord in ons wordt gezaaid, kan het groeien. Christus, het mensgeworden Woord, geeft zich in de Eucharistie als levend brood en verenigt ons met zichzelf en met de gemeenschap van gelovigen, dichtbij en veraf.’
Heeft dit alles uw relatie met Franciscus veranderd?
‘Met de jaren ben ik beter gaan begrijpen hoe de zwakheden in het leven van Franciscus van Assisi, zoals ziekte, krijgsgevangenschap en innerlijke crisis, hebben bijgedragen aan zijn bekering. Hij keerde zich af van wat hem aanvankelijk aantrok en groeide toe, niet zonder moeite, naar wat hem eerst afstootte. Zoals hij zelf schrijft, veranderde wat hem bitter leek, vooral de omgang met melaatsen, tot zoetheid. Gaandeweg ontledigde hij zich en leerde hij God steeds dieper als Vader te erkennen (vgl. Fil. 2:7, in spirituele zin toegepast). Aan het einde van zijn leven vroeg hij zelfs vergiffenis aan ‘broeder ezel’, zijn lichaam, omdat hij het soms te streng had behandeld. Volgens de overlevering liet hij zich vlak voor zijn dood op de blote aarde leggen, ontdaan van bezit en aanspraak. In die radicale armoede wordt naaktheid geen verlies, maar een teken van volledige overgave en verbondenheid met de Schepper.’
Staat u anders in het voetspoor van Jezus sinds uw zending?
‘Ik ervaar mij dichter bij Hem. Volgens het evangelie bracht Jozef Maria en het Kind Jezus naar Egypte om Hem te beschermen (vgl. Mt. 2:13-15). Later keerden zij terug en leefden in Galilea, terwijl zij op gezette tijden naar Jeruzalem trokken. Tijdens zijn leven werd Jezus meermaals afgewezen en soms onttrok Hij zich aan degenen die Hem wilden grijpen (vgl. Joh. 7:30). Uiteindelijk ging Hij bewust naar Jeruzalem, wetend dat zijn uur gekomen was (vgl. Lc. 9:51).
Zo zie ik ook mijn eigen weg: niets leek mij vooraf te bestemmen voor wie ik nu ben. Maar in alles wat ik heb meegemaakt en in elke ontmoeting heeft God mij gevormd en voorbereid. Ooit komt de tijd om de Heer te ontmoeten — niet zoals ik het mij voorstel, maar zoals Hij het wil.’
Welke rol speelt de ervaring van oorlog?
‘De gevolgen van de wereldoorlogen heb ik al van jongs af meegekregen via verhalen en herinneringen. Begrippen als ‘collaboratie’, ‘verzet’ en ‘vernietigingskampen’ maakten deel uit van het collectieve geheugen. Later, onder meer in Oost-Duitsland en Libanon, heb ik de concrete gevolgen van verdeeldheid en geweld gezien. In Iran kwam daar de ervaring bij van dreigende oorlog: de spanning vooraf, de plotselinge escalatie en de onzichtbare dreiging van raketten die inslaan zonder dat men ze ziet aankomen. Het contrast blijft schrijnend: onder een heldere hemel, in de schoonheid van de schepping, voltrekt zich tegelijk vernietiging. En toch blijven mensen zoeken naar leven, naar vreugde en naar samenhorigheid.’
Hoe overleeft het geloof in zulke omstandigheden?
‘Door niet op te geven. Door telkens opnieuw op te bouwen, gedragen door het geloof dat leven sterker is dan dood en licht sterker dan duisternis. Dat geloof roept op tot inzet voor dialoog, vrede en gerechtigheid — te beginnen bij jezelf. Het vraagt ook om het hart open te stellen voor de vrede die Christus telkens opnieuw schenkt.’








