Minister-generaal Massimo Fusarelli over de toekomst van de orde
“Het Evangelie schiet nog steeds wortel”
We vieren in 2026 dat Franciscus al 800 jaar springlevend is. Tegelijkertijd heeft de orde in met name het Westen ook te maken met een afname van broeders en roepingen. Hoe valt dat met elkaar te rijmen? Onze minister-generaal, br. Massimo Fusarelli, zette zijn gedachten hierover op papier. De aanleiding: zijn bezoek aan Stadsklooster San Damiano in ‘s-Hertogenbosch.
“Eind juni, tijdens een extreme hittegolf, werd ik in Nederland welkom geheten in een voormalig kapucijnenklooster. Vandaag de dag is het klooster het thuis van een gemeenschap die bestaat uit onder anderen minderbroeders franciscanen en leden van de Derde Orde en die openstaat voor de kleine stad waarin zij zich bevindt. In dit klooster kwamen de besturen van de Lage Landen en Duitsland bijeen om te reflecteren op de toekomst van de orde in dit deel van Europa.
Geen gelatenheid
Toen ik binnenkwam, verwachtte ik boven alles een confrontatie met de last van een aanwezigheid (van de orde) die aan het afnemen is. In plaats daarvan vond ik iets anders. Niemand ontkende de moeilijkheden, maar ik vond geen gelatenheid. In plaats van te verdedigen wat er overblijft, zoekt deze broederschap naar wat nog steeds geboren kan worden: ze stellen zich bijvoorbeeld internationale broederschappen voor die draaien om de essentie van ons charisma.
Verenigd door dezelfde vraag
Terugkijkend naar deze dagen, dacht ik aan andere recente bezoeken: kloosters van contemplatieve zusters in Afrika en Latijns-Amerika, kleine communiteiten, soms op de rand van sluiting, maar toch in staat om vrede uit te stralen. Heel verschillende plaatsen, maar verenigd door dezelfde vraag: wat doet Gods Geest vandaag met de gaven die de heilige Franciscus en de heilige Clara hebben ontvangen?
“In plaats van te verdedigen wat er overblijft, zoekt deze broederschap naar wat nog steeds geboren kan worden”
Achteruitgang of overgang?
Het is waar: in veel regio’s in het Westen – en niet alleen daar – is onze aanwezigheid aan het afnemen. We kunnen het eenvoudigweg zien als achteruitgang, of we kunnen het herkennen als een overgang. Tegelijkertijd, op andere plaatsen, is het godgewijde leven voor het eerst, buiten Europa om, inheems en autonoom wortel aan het schieten; met lokale roepingen en verantwoordelijkheden. Het is een beweging die ons eraan herinnert dat het Evangelie zich niet beperkt tot onze geografische grenzen of de modellen waaraan wij gewend zijn geraakt: waar een huis sluit, ontstaat elders een nieuwe communiteit.
Evangelische relaties
Ik raak er steeds meer van overtuigd dat we worden geroepen om te bewegen van een focus op werken en aantallen naar een focus op tekens en relaties: minder bezorgd om bepaalde vormen van organisatie te bewaren, en meer gericht op het koesteren van evangelische relaties onderling en met de vrouwen en mannen van onze tijd. In een samenleving die zich kenmerkt door agnosticisme en religieuze ongeletterdheid kan een simpele en gastvrije broederschap duidelijker spreken dan veel instituties – niet omdat die instituties minder betekenen, maar omdat zo’n broederschap het essentiële zichtbaar maakt.
De dood durven aankijken
Dit jaar vieren we het 800-jarig jubileum van de Transitus van Sint Franciscus: zijn overgang naar het eeuwige leven. Ook onder ons, in vele delen van het Westen, staan hele communiteiten en provincies voor een einde. We kunnen het uitstellen met overlevingsstrategieën of we kunnen er in geloof doorheen gaan. Immers, als we niet in staat zijn de dood in de ogen te zien, wat hebben we dan te zeggen over de Heer van het Leven?
Wijsheid en geloof
Toen ik het oude klooster verliet, realiseerde ik mij dat de toekomst van de Orde minder en minder zal lijken op wat we hebben geërfd en zo lang hebben behouden. Maar dat als we met wijsheid en geloof kijken, we zullen herkennen wat er echt toe doet: dat het Evangelie wortel blijft schieten.”







