Hoe ga je goed om met je Bijbel en heilige plaatsen?

Laatst hoorde ik het verhaal van iemand die op advies weer eens op zoek ging naar zijn Bijbel. Toen ik hoorde waar deze persoon zijn Bijbel terugvond, kreeg ik een hartverzakking. Hij vond hem onder zijn boekenkast, omdat de boekenkast anders scheef stond.

Voor mij zijn bijbels, als dragers van het Woord van God, ongeveer net zo heilig en belangrijk als de Eucharistie. Daar moet je met respect mee omgaan. Dat vond ik als kind al. Ik vond het altijd heel bijzonder als misdienaar en acoliet om het lectionarium (het boek met de lezingen voor in de viering) naar binnen te mogen dragen. God spreekt immers ook anno nu nog met ons door de Schriften.

Ik was blij te ontdekken dat ik deze eerbied voor het Woord van God in onze wereld deelde met Franciscus. Ook hij kon zich er ontzettend aan irriteren als hij op allerlei vieze plaatsen, bijvoorbeeld in het stof of vol spinnenwebben bijbels tegenkwam. Of nog erger: op de grond…

Wie de zogenoemde franciscaanse heiligdommen in Italië bezoekt zal het opvallen: die eerbied trekt zich ook door naar deze heilige plaatsen. Het zijn plekken waar je God kunt ontmoeten. Op de drempel van de Porziuncolakapel staat niet voor niets: ‘Hic locus sanctus est.’: ‘Deze plaats is heilig’. Er wordt wel gezegd dat hemel en aarde elkaar in die kapel raken.

De eerbied voor mensen, plekken en zaken uit zich toch allereerst in de wijze waarop je er voor zorgt.

Of neem de La Vernaberg, waar Franciscus de stigmata, de kruiswonden, ontving. In de zestiende eeuw lieten de broeders op de toegangspoort de woorden “Non est in toto sanctior orbe mons” aanbrengen, wat zoveel wil zeggen als “Er bestaat geen heiliger berg ter wereld.” Toegegeven, dat is erg pretentieus, zeker als je denkt aan bergen in het Heilig Land. Maar toch, als je die berg La Verna als zodanig beschouwt, dan is het niet gek dat je er goed voor gaat zorgen. De eerbied voor mensen, plekken en zaken uit zich toch allereerst in de wijze waarop je er voor zorgt.

Maar terug naar die Bijbel. Dat gevoel delen Franciscus en ik ook met joden en moslims. De Thorarol wordt niet met de handen aangeraakt. Men gebruikt een jadje (red.: een bladwijzer in de vorm van een handje) als aanwijzer. En de Tenach – de hele Joodse Bijbel – en de Koran moeten met zorg en eerbied gehanteerd worden, dat wil zeggen: ze mogen niet bevlekt worden of op de grond vallen en moeten op een respectvolle plek bewaard worden. Zo moeten ze op een stapel altijd het bovenste boek zijn… er is namelijk geen heiliger boek dan de Tenach, respectievelijk de Koran.

Het valt me op dat dat voor veel christenen en hun Bijbel toch wel anders is. Natuurlijk, de Bijbel onder een wankelende boekenkast leggen is wel heel extreem, maar geregeld zie ik ergens bijbels onder het stof of op de grond liggen. Wat mij betreft mag de eerbied voor onze bijbels wel wat omhoog; misschien beseffen we niet altijd dat we met een vorm van Gods aanwezigheid in de wereld van doen hebben?

Dus, beste lezer, zeg eens eerlijk: waar heb jij jouw Bijbel liggen?

Franciscus vond het zo belangrijk dat hij er in zijn geschriften vaker op terugkomt. Zo schrijft hij in zijn Testament:

Ik wil zijn geschreven allerheiligste namen en woorden verzamelen,
overal waar ik ze op een ongeoorloofde plaats vind
en ik vraag dat ze verzameld en op een passende plaats neergelegd worden.

Br. Hans-Peter Bartels

Gerelateerde nieuwsberichten