Franciscus en Internationale Ezeldag (World Donkey Day)

Sinds 2010 wordt elk jaar op 8 mei Internationale Ezeldag gevierd. Deze dag is een initiatief van de Pakistaanse vee- en kameel-expert Dr. Abdul Raziq Kakar. Hij zette zich in voor het welzijn van ezels en ook voor de waardering voor deze sociale, intelligente en hardwerkende dieren.

Ezels worden al duizenden jaren ingezet als lastdier

Ezels zijn sociale dieren. Ze kunnen hechte vriendschappen voor het leven sluiten en hebben graag een maatje. In de volksmond staan ezels bekend als koppig, maar meer dan koppig zijn ze intelligent en hebben een sterk instinct voor gevaar. En ze kunnen erg hard werken. Ze worden al duizenden jaren ingezet als lastdier en helaas daarbij vaak overvraagd en zelfs mishandeld.

Van Franciscus is bekend dat hij zijn lichaam aansprak met ‘broeder ezel’. Die aanduiding vinden we niet in zijn eigen geschriften maar wel in de geschriften óver hem. Een voorbeeld daarvan is de grote levensbeschrijving van Bonaventura. In hoofdstuk 5, paragraaf 6 lezen we: “Door zijn voorbeeld leerde hij hun (zijn broeders) hoe ze hun weerspannig en gemakzuchtig lichaam in hun macht moesten zien te krijgen door het voortdurend onder tucht te houden en nuttige arbeid te laten verrichten. Zijn lichaam noemde hij daarom ook ‘broeder ezel’.”

En hier zien we meteen de spanning die Franciscus zijn leven lang met zich heeft meegedragen in het omgaan met zijn lichaam. Enerzijds kunnen we in het leven van Franciscus tal van voorbeelden aanwijzen die duiden op zijn grote respect voor al wat leeft. Al het geschapene, inclusief zijn lichaam, was immers een gift én eigendom van de Schepper. En dat respect ging ook uit naar ezels. Zij stonden bekend als eenvoudige, nederige en hardwerkende dieren. Bij het creëren van de kerststal in Greccio (1223) mocht de ezel dan ook niet ontbreken. En een diepe genegenheid voor de ezel mag je zeker veronderstellen wanneer Franciscus mediteerde op de intocht van Jezus op palmzondag in Jerusalem, waarbij Hij gedragen werd door een ezel. De betiteling ‘broeder ezel’ onderstreept ook dit respect en deze genegenheid.

Na het ontvangen van de stigmata (herfst 1225), tegen het eind van zijn leven, was Franciscus’ lichaam zodanig verzwakt dat hij regelmatig op een ezel werd vervoerd.

Bij het creëren van de kerststal in Greccio mocht de ezel niet ontbreken

Franciscus met ezel (AI-gegenereerd)

Anderzijds heeft Franciscus gedurende zijn leven zijn lichaam, broeder ezel, verre van ontzien. Strenge vastenpraktijken, doorwaakte nachten van meditatie en gebed en duizenden kilometers blootsvoets lopen hadden hun tol geëist. En bij alles moest zijn lichaam gehoor geven aan zijn ziel. Broeders maakten zich om die reden vaak zorgen over hem. Ontroerend om te lezen is de dialoog tussen Franciscus en één van zijn broeders. Zijn medebroeder en biograaf Thomas van Celano schreef deze dialoog uit in zijn ‘Gedenkschrift van Franciscus’ daden en deugden’, hoofdstuk 160, paragraaf 211:

‘Vertel mij eens als je wilt, vader, hoe consciëntieus je lichaam aan je opdrachten gevolg heeft gegeven toen het daar nog toe in staat was.’ Franciscus zei: ‘Ik kan er voor instaan, mijn zoon, dat het mij in alles gehoorzaam is geweest, zichzelf nooit gespaard heeft en mijn bevelen strikt heeft opgevolgd. Geen inspanning was te veel, geen ongemak ging het uit de weg, voorzover het tenminste mijn bevelen kon uitvoeren. We waren het volkomen met elkaar eens dat we zonder tegensputteren Christus de Heer moesten dienen.’ De broeder haakte hierop in: ‘Waar is dan je vrijgevigheid, je toewijding en je grote fijngevoeligheid? Moet je zo trouwe vrienden behandelen dat je weldaden dankbaar aanneemt maar in tijden van nood niet even bereidwillig voor ze klaarstaat? Welke dienst heb je tot nu toe aan Christus je Heer kunnen bewijzen zonder de hulp van je lichaam? Je zegt toch zelf dat het daarom risico’s heeft willen nemen?’ ‘Eigenlijk, mijn zoon, heb je volkomen gelijk.’ Dan slaat het toch nergens op dat je voor een zo trouwe vriend niet thuis geeft als hij je zo hard nodig heeft? Tot aan zijn dood heeft het zichzelf en het zijne voor je ingezet. Je bent nota bene de hulp en de steun van iedereen die het moeilijk heeft. Zo mag je tegen de Heer niet zondigen.’ Toen zei Franciscus: ‘God zegene je, mijn zoon, dat je zo’n verstandig en heilzaam weerwoord op mijn scrupules hebt.’ Goed gehumeurd begon hij tegen zijn lichaam te spreken: ‘Maak je maar geen zorgen meer, broeder lichaam, en vergeef me, want ik zou graag je wensen inwilligen, graag en vlug je klachten verhelpen.’

Aan het eind van zijn leven vraagt Franciscus zijn lichaam ‘broeder ezel’ om vergeving, omdat hij er te veel van heeft gevraagd.

Zo zie je maar, heiligen zijn net mensen!

Br. Fer van der Reijken

Gerelateerde nieuwsberichten

Pixabay
KOEMI