Terugblik op de veertigdagentijd

We kennen het allemaal: bedenken wat je niet of juist wél doet tijdens de vastentijd, de praktijk die soms wat weerbarstiger is… en vervolgens tevreden of minder tevreden de (tussen)balans opmaken, maar soms ook met nieuwe inzichten. Br. Hans-Peter vertelt over zijn persoonlijke beleving van de veertigdagentijd.

Er vielen mij twee cadeautjes in de schoot, die het bijzonder en intens maakten.

Laat ik maar eerlijk zeggen dat ik de veertigdagentijd en in het bijzonder Goede Vrijdag de minst fijne tijd van het jaar vind. Dat komt ook, omdat ik in die periode jarig ben en dat dat altijd gedoe geeft. Al weken van te voren probeer ik de wijzers van de klok tegen te houden, om het allemaal nog even uit te stellen. Maar helaas.

Voor de veertigdagentijd dit jaar had ik wat mildere plannen dan anders gemaakt. Normaal drink ik de hele vastentijd geen koffie. Maar de weken voorafgaand aan Aswoensdag waren druk en vol geweest, zodat ik moe aan de start van de veertigdagentijd verscheen. Het leek me onverstandig het zonder geregeld cafeïneshotje te doen. Dit jaar had ik me vooral voorgenomen om juist iets wél te doen. Ik wilde me bezinnen op onze leefregels aan de hand van een boek. De dagen waren zo vol, dat ik soms in bed lag en dacht: oh nee, nu loop ik alweer drie dagen achter…

En ik weet niet wat er gebeurd is, misschien ben ik aan de verkeerde kant van de wijzers van de klok gaan hangen, maar deze veertigdagentijd is omgevlogen. Roek-tsjoek-weg. Toch is het een goede veertigdagentijd geweest. Er vielen mij twee cadeautjes in de schoot, die het bijzonder en intens maakten. Ik werd gevraagd om op de Dag voor Internationale Religieuzen te komen spreken over hoe het is om op te groeien in een land waar je niets anders kent dan de krimp van de Kerk en toch bij het besluit te blijven in te treden. En ik bezocht met medebroeder Steven het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem. Het was al even geleden dat ik daar was en ik merkte dat de collectie is uitgebreid met mijn verleden (sprak de broeder die 27 maart 38 is geworden). Deze vastentijd werd daarmee een bezinnende trip down memory lane.

Want neem alleen al de vraag: “Waarom ben ik gebleven?” Daar had ik nooit bewust over nagedacht, terwijl de vraag toch evident is: bij mijn eerste communie waren we met 32 (van twee parochies, twee scholen, uit circa 120 leerlingen) en bij mijn H. Vormsel waren we met 14 (van één parochie, drie kerklocaties, twee leerjaren, dus zo’n 300 leerlingen). En van die 14 is  een andere waarvan ik weet dat ze nog af en toe naar de kerk gaat. Ik heb het zien gebeuren, maar voor mij was het geen issue; ik ben gebleven.

Wat ik deze veertigdagentijd weer beseft hebt, is waarom: omdat ik altijd Gods aanwezigheid bespeurd heb en de geloofsgemeenschap Regina Caeli / parochie Sint Eloy de plek was waar ik mij thuis voelde, mijzelf mocht zijn en vragen mocht stellen om te kunnen groeien in geloof; dankzij fijne medeparochianen en goede pastores als Ron Hopman, Bob van Oploo, Jules Dresmé, Nico Smit en Roland Putman. Elk op hun eigen tijd wisten zij, gestuurd door God, mij op de juiste manier te raken, erbij te houden en verder te brengen. En zo leidde Die mij, via laatstgenoemde, ook naar de franciscanen. Dit besef is mijn vrucht van deze vastentijd: God leidt mij over de weg die ik mag gaan. Die rust neem ik mee.  Om met Clara te spreken:

Houd je houvast vast, doe wat je doet en geef niet op.
Je moet met snelle stap, met lichte tred
zonder je voeten te stoten,
zodat je schreden zelfs geen stof laten opwaaien,
onbezorgd, blij en opgewekt
het pad van de gelukzaligheid voorzichtig gaan.

Br. Hans-Peter Bartels

Gerelateerde nieuwsberichten

Br. Jo / Fer