Hoe kom je een roeping op het spoor?

Broeder Jan ter Maat leest het ‘Gebed voor het Kruis’ en vindt daarin handvatten voor het koesteren van een roeping.

Een illustratie van Franciscus door de Chileense schilder-benedictijn Dom Pedro Subercaseaux OSB voor de biografie Francis of Assisi (1925)

Zoals velen weten heeft Franciscus in de tijd van zijn bekering nogal rondgezworven in de omgeving van Assisi. Tijdens zijn tochten kwam hij in het kerkje van San Damiano terecht. Daar bad hij omstreeks 1205 een gebed, dat nadien schriftelijk is vastgelegd en zo deel is gaan uitmaken van het franciscaanse erfgoed:

Hoogste, roemrijke God,
verlicht de duisternis van mijn hart
en geef mij het ware geloof,
de gegronde hoop en de onverdeelde liefde,
het aanvoelen en de kennis,
Heer, om uw heilige en waarachtige opdracht
te kunnen uitvoeren. Amen.

Franciscus’ bekeringstijd heeft veel overeenkomsten met het onderscheidingsproces van mannen en vrouwen die ervaren dat God hen roept voor een godgewijd leven. Zijn ‘Gebed voor het Kruis’ vertelt dan ook veel over wat belangrijk is om een roeping op het spoor te komen.

God kennen
Franciscus gebruikt in zijn gebed twee aanroepingen. Kennelijk heeft hij God leren kennen als hoogste, roemrijke en als Heer. Het zijn aanspreekvormen voor God, die Franciscus gedurende zijn leven in bijna dezelfde bewoordingen herhalen blijft. Hij kent God, de hoogste, roemrijke. Hij kent God, zijn Heer.

Bij vrouwen en mannen die geroepen worden behoort God altijd tot de kring van de intimi. Natuurlijk is de relatie met God van een andere aard dan die met een vriendin of met een broer, maar God is wel gekend. Je kent Hem als het ware bij zijn naam. En net als bij Franciscus is Hij aanspreekbaar, is Hij te bevragen.

Franciscus gebruikt in zijn gebed twee aanroepingen.

Bidden
En dat doet Franciscus dan ook. Omsloten door de beide aanroepingen vraagt hij God om licht in zijn duister, om geloof, hoop en liefde, en om aanvoelen en kennis.

Een roeping onderscheiden doet een mens immers niet alleen. Hij plaatst de kwestie tussen hem en God in, zodat hij er samen met God naar kan kijken. Als het gaat om zingevingskwesties moet God zijn licht erover laten schijnen. Dan ziet de mens pas helder wat te doen.

Maar ook geloof, hoop en liefde zijn nodig. Ze vormen een anker tussen de mens en God, waardoor je in staat bent om moedige en onvermoede stappen te zetten. Geloof, hoop en liefde voorkomen dat je in het niets tuimelt als je een misstap maakt. Een zoekende vrouw of man heeft geloof, hoop en liefde nodig van de mensen om haar heen, maar ook van haar God, die ook tot haar vriendenkring behoort.

In zijn vragen maakt Franciscus tenslotte duidelijk dat het in het onderscheiden van wat God van een mens vraagt gaat om een samenspel van intuïtie en verstand. Het is niet alleen een gevoelskwestie, maar ook niet louter logica. Je roeping kom je op het spoor door steeds je aanvoelen rustig te evalueren en op die manier – zoals Clara het omschrijft – waakzaam je pad gaan.

Een roeping onderscheiden doet een mens niet alleen.

Doen
Als God de mens al het goede gegeven heeft, dan moet de mens het goede vervolgens kunnen dóen. Franciscus beseft al biddend dat hij niet in gebed verzonken moet blijven, maar dat bidden noopt tot actie. Een mens hoeft echt niet bang te zijn om de weg van God te gaan. De hoogste, roemrijke Heer geeft hem immers maar al te graag alles wat hij nodig heeft. Voorzichtig maar voortvarend onderscheiden stelt ook nu nog vrouwen en mannen in staat om Gods opdracht aan hen persoonlijk op het spoor te komen en waarachtig te kunnen uitvoeren. Zo wordt Franciscus’ gebed een gebed voor iedereen die in zijn voetsporen wil gaan.

Br. Jan ter Maat

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Francesco Magazine aflevering 2 (2026).

Gerelateerde nieuwsberichten

Pexels - Photo by Ixo Diseño y Publicidad