Hoe interpreteerde Franciscus (Bijbelse) teksten?

Moet je de Bijbel en Franciscus’ regel letterlijk nemen?

Je hoeft de geschriften van Franciscus maar door te lezen en je merkt dat voor hem de Bijbel belangrijk was. De allereerste regel was een kleine verzameling van Bijbelteksten. Ook in de eerste levensbeschrijvingen zie je dat de Bijbel voor Franciscus van levensbelang was. Hoe Franciscus met de Bijbel omging kan niet op simpele wijze beantwoord worden.

Soms wordt er een ​​manier van interpreteren en toepassen van Bijbelteksten aan hem toegeschreven die niet overeenkomt met de middeleeuwse manier van Bijbeluitleg of die pas eeuwen later in zwang kwam. Sommigen laten zich verleiden om in Franciscus’ manier van omgaan met de Bijbel Hebreeuwse woorden te citeren zoals “dabar”,  “anaw”, “qahal”, alsof Franciscus die taal kende.

Vorming of studie van Franciscus
Over de vorming en/of studie van Franciscus bestaan geen duidelijke gegevens. Zelf heeft hij daar geen al te hoge dunk van. “Wij waren ongeleerd (idiotae)”, schrijft hij in zijn Testament (nr.19). In het Italië van zijn tijd was tachtig tot negentig procent van de bevolking analfabeet, hoewel in de grote handelssteden de situatie zeker beter was. Mogelijk was dat eveneens het geval in een opkomend handelsstadje als Assisi. In die steden bestonden zogenaamde “abacco-scholen” een soort handelsscholen voor jongens. Het zwaartepunt lag er op rekenen. Kooplui moesten in staat zijn de waarde van hun producten geldelijk te schatten, onkosten en winst berekenen en, aangezien veel steden en regios eigen valuta hadden, omgaan met koersverschillen. Verder werd op die scholen een zekere aandacht geschonken aan lezen en schrijven zodat de toekomstige handelaren contracten zouden kunnen op te stellen en interpreteren. Of Franciscus zo’n school gevolgd heeft weten we niet, evenmin hoe het er met zijn rekenkunde voorstond.

Over de opleiding van Franciscus bestaan geen duidelijke gegevens. Zelf heeft hij daar geen al te hoge dunk van.

Letters, woorden, teksten
Voor het gros van de bevolking was een geschreven tekst, en zeker een Bijbeltekst, een mysterie. Voor de meeste middeleeuwers, zoals ook in andere culturen het geval was, was de mondelinge traditie vaak veel belangrijker en noodzakelijker dan de geschreven overlevering. Bijbelverhalen, sagen en mythen zijn heilige verhalen en die verander je niet zomaar. Ook geschreven teksten zijn heilig of goddelijk, hebben persoonlijkheid. Een geschreven heilige tekst moest men als luisteraar tegemoet treden. Heilige teksten wilden beluisterd worden. Luisteren is niet alleen een kwestie van horen, maar ook van aandacht schenken, begrijpen, verinnerlijken en er gehoor aan geven. Een geschreven tekst vraagt daarom om een diep respect. Dat was ook de opvatting van Franciscus. In zijn Testament lezen we: “Ik wil zijn geschreven allerheiligste namen en woorden verzamelen, overal waar ik ze op een ongeoorloofde plaats vind en ik vraag dat ze verzameld en op een passende plaats neergelegd worden” (Test 12). Niet voor niets belijdt de kerk Jezus als het Woord van de Vader.

Deze eerbiedige bejegening van het woord, van de Bijbeltekst, zien we op heel bijzondere wijze bij het Joodse volk. De oorspronkelijk tekst van Tenach werd alleen met medeklinkers geschreven. Toen het Hebreeuws als spreektaal in onbruik raakte en een correcte lezing van de heilige teksten tot steeds meer problemen leidde, werd een systeem ontworpen waarbij klinkers niet ín, maar ónder de tekst kwamen te staan. Deze leeshulp drukt uit dat de originele schrijfwijze heilig en onveranderlijk is, echt Gods werk, een sacrament van God voor zijn volk. Daar ga je niet aan zitten sleutelen.

Volgens de islam zijn de woorden van de Koran heilig en direct vanuit de hemel tot Mohammed gesproken met de bedoeling dat hij ze zou herhalen en dat ze later schriftelijk vastgelegd zouden worden. Ook de woorden van de Koran hebben een eigen persoonlijkheid. Heilige woorden vragen erom in het hart bewaard en overwogen te worden, zoals Lucas schrijft over de wijze waarop Maria Gods met woorden, boodschappen, omging (Lc 2,19.51).

Niet alleen religieuze teksten verdienden aanzien en respect. De Brits-Pakistaanse schrijver Salman Rushdie vertelt in een van zijn boeken hoe er vroeger in zijn familie zelfs een diep respect bestond voor het telefoonboek vanwege de letters en woorden die daarin stonden.

Woorden van Franciscus, woorden van God
In de “Compilatio Assisiensis, 17” (Herinneringen aan Broeder Franciscus) lezen we:

Verscheidene broeders kwamen broeder Elias, de vicaris van Franciscus, zeggen: “We horen dat Franciscus een nieuwe regel aan het schrijven is, maar we zijn bang dat hij die zo streng maakt dat we hem niet kunnen onderhouden. Ga daarom naar hem toe en vertel hem dat we ons niet tot die regel willen verplichten. Laat hij hem maar voor zichzelf schrijven, maar niet voor ons!” Elias voelde daar niets voor, maar toen ze bleven aandringen, zei hij tenslotte dat hij alleen zou gaan als zij meegingen.

Toen broeder Elias met het hele gezelschap bij de verblijfplaats van Franciscus kwam, riep hij hem en Franciscus vroeg: “Wat komen die broeders hier doen?” Elias vertelde wat zij wilden. Franciscus sloeg zijn ogen ten hemel en zei tot Christus: “Heer, had ik geen gelijk toen ik zei dat ze geen vertrouwen in U zouden hebben?”

Toen hoorde men in de lucht de stem van Christus antwoorden: “Franciscus, in heel de regel is niets van jou. Alles wat erin staat, is van Mij. Ik wil dat de regel onderhouden wordt zoals hij is, letterlijk, letterlijk, letterlijk (ad litteram), zonder uitleg, zonder uitleg, zonder uitleg (sine glossa). Wie de regel niet wil onderhouden moet de orde maar verlaten”.                                        

Dit verhaal hoeft niet per se een verslag te zijn van een gebeurtenis in Fonte Colombo, maar het geeft wel weer hoe Franciscus, en de auteur(s) van de Compilatio tegen een geschreven tekst aankeken.

Volgens Roger Bacon, die leefde kort na Franciscus, was de studie van de Heilige Schrift onmogelijk zonder kennis van het Grieks en het Hebreeuws. Maar Franciscus was geen academicus maar een lezer en luisteraar van Gods woord, die de overgeleverde tekst met eerbied en respect bejegende, en die hij las zonder een filosofische of theologische bril. Juist daarom was hij in staat om zelf psalmen te componeren op basis van de Bijbelteksten die hij had leren kennen.

Met dit voor ogen kunnen we drie fundamentele houdingen van Franciscus bezien in zijn geschriften met betrekking tot de Heilige Schrift.

Deze letterlijke benadering brengt Franciscus dichter bij de bedoeling van de bijbelse tekst dan theologische bespiegelingen. Deze letterlijkheid moeten we echter niet verwarren met fundamentalisme.

1. Ad litteram (letterlijkheid)
De vier voornaamste middeleeuwse interpretatiemethoden van de Heilige Schrift, waren de letterlijke, de allegorische, de morele en de spirituele of mystieke interpretatie. In de teksten die Franciscus gebruikt in zijn geschriften, en dat is ook te zien in de oudste levensbeschrijvingen, geeft hij de voorkeur aan het letterlijke luisteren en lezen van heilige teksten. Maar ‘ad litteram’, letterlijkheid, betekent voor hem geen letterzifterij of een neurotische houding. Het gaat hem om een houding van diep respect en eerbied voor de tekst zoals die is overgeleverd. Voor Franciscus is de Bijbeltekst een sacrament: in die tekst is het mysterie van God, is God zelf, aanwezig. De letter, het woord, de tekst is een manifestatie van Gods Geest die geest en leven geeft aan de lezer of de luisteraar. Wie de tekst leest, moet zich inspannen om de goddelijke letterlijkheid ervan te doorgronden om zo de geest en de betekenis ervan te kunnen vatten en vervolgens over te gaan tot het in de praktijk brengen ervan (letterlijk: de geest van de tekst volgen). Hier geraken we aan de betekenis van het Latijnse “audire” (horen, luisteren) en “ob-audire” (aandacht schenken, je antenne goed afstellen) om te komen tot “ob-audientia” = gehoorzamen.

Celano schrijft dat Franciscus, hoewel hij “zich nooit met wetenschap bemoeid had of er zich op toegelegd had, hij uiterst gevoelig was geworden voor de zin van de heilige Schrift. Zijn geest werd niet in het minst door het aardse geremd en drong door tot in de diepste geheimen” (2 Cel LXVIII, 102) In zijn manier van omgaan met een Bijbeltekst probeert Franciscus de letterlijke betekenis van de tekst te doorgronden (de geest te zoeken) en deze vervolgens in praktijk te brengen (gehoorzamen).

Toen hij bijvoorbeeld de ‘geest’ ontdekte in de evangelietekst die hij in de Portiuncula had gehoord, riep hij onmiddellijk uit: ‘Dat wil ik, dat zoek ik, daaraan wil ik mij met heel mijn hart geven.’ Celano voegt eraan toe: ‘Zonder ook maar een ogenblik te wachten gaat hij uitvoeren wat hij gehoord heeft’ (1 Cel IX, 22).

Deze letterlijke benadering brengt Franciscus dichter bij de bedoeling van de bijbelse tekst dan theologische bespiegelingen. Deze letterlijkheid moeten we echter niet verwarren met fundamentalisme. In tegenstelling tot het fundamentalisme probeert Franciscus bij de letterlijkheid de diepere betekenis van de tekst te vinden om vervolgens dat wat hij gelezen of beluisterd had in praktijk te brengen, terwijl het fundamentalisme bij de oppervlakte of uiterlijkheid van het woord blijft steken. Fundamentalisme is de houding van “ik heb gelijk, jij hebt ongelijk”.

2. Sine glossa (zonder glossen – zonder interpretatiekunst)
Aan het eind van zijn Testament raadt Franciscus, zijn broeders aan om de Regel en het Testament eenvoudig en “zonder interpreteren (sine glossa) te verstaan en met heilige daden tot het einde toe te onderhouden” (Test 39). Hiermee beoogt hij dat van de Regel en het Testament, en dat geldt eveneens van de Bijbelteksten, de letterlijkheid van de teksten behouden moet blijven aangezien daarin de ware betekenis van de tekst te vinden is. Door de letterlijkheid in acht te nemen verwijdert men zich niet van de ware bedoeling van de tekst en loopt men niet het gevaar de woorden te verdraaien. Zo wil hij doordringen tot de geest, de diepste betekenis van de tekst, en niet verzanden in een oppervlakkige buitenkant.

De Nederlandse uitgave van het Testament vertaalt ‘sine glossa’ met ‘zonder interpreteren’. Maar wat is ‘glossa’ (het Nederlands kent het woord ‘glos’)? Een voorbeeld uit het dagelijks leven in de Middeleeuwen kan helpen om te begrijpen waarom Franciscus daar een afkeer van had. Glossen werden niet alleen bij Bijbelse en theologische teksten gebruikt. Ze werden nogal eens aangewend in contracten, opgesteld door sluwe handelaren om eventuele klanten een loer te kunnen draaien (een loer draaien betekent o.a. een letter verdraaien). Woekeraars stelden bijvoorbeeld contracten op die op het eerste gezicht voordelig leken voor de klant. Als puntje bij paaltje kwam en de betaling moest volgen, wezen ze een reeks implicaties in de tekst aan en gaven ze door middel van glossen een totaal andere betekenis aan de overeenkomst. De op het eerste gezicht gunstige contracten werden door het aanwenden van glossen vaak flink nadelig voor de klant. Met glossen was men in staat om de duidelijkste betekenis van een tekst te verdraaien en te wijzigen. Vooral ongeletterden werden daar vaak slachtoffer van. Op dit punt is er misschien niet veel veranderd. De huidige webwinkels doen precies wat sluwe handelaren in de Middeleeuwen ook deden.

Celano schrijft dat Franciscus, in zijn vroegere handelsactiviteiten, een ‘cautus’ onderhandelaar was. Cautus betekent ‘voorzichtig’, ‘wantrouwend’, vooral ten opzichte van sluwe handelaren waar de klant het slachtoffer van kon worden.

Dit wantrouwen met betrekking tot valse of onjuist verklarende aantekeningen zal hem altijd bijblijven, vooral ook wanneer het gaat om bijbelse en wetgevende teksten van de Orde, aangezien dergelijke aantekeningen een middel kunnen zijn om de betekenis van een tekst te verdraaien. Mogelijk was zijn aversie op dit punt ook een gevolg van de manier waarop ‘goede katholieken’ en ‘ketterse bewegingen’ met dezelfde Bijbelteksten omgingen terwijl de interpretaties soms mijlen ver uit elkaar lagen.

Glossen werden in Franciscus’ tijd nogal eens aangewend in contracten, opgesteld door sluwe handelaren om klanten een loer te kunnen draaien.

3. Simpliciter (eenvoudig)
Aan het eind van het Testament schrijft Franciscus: “En al mijn broeders, geestelijken en leken, beveel ik uitdrukkelijk op gehoorzaamheid dat zij geen aantekeningen maken bij de regel of bij deze woorden in de trant van ‘Dit moet zo verstaan worden’.  Maar zoals de Heer mij heeft gegeven de Regel en deze woorden ‘eenvoudig’ (simpliciter) en zuiver te zeggen en te schrijven, zo moeten jullie ze ‘eenvoudig’ en zonder interpreteren verstaan en met heilige daden tot het einde toe onderhouden” (Test. 38-39).

In deze vermaning wordt duidelijk dat de term ‘simpliciter’ zowel betrekking heeft op de manier van schrijven als op de manier van begrijpen. Daarom rijst de vraag wat een tekst kan betekenen die op een eenvoudige (simpliciter) manier is geschreven?

Een geschreven tekst is eenvoudig wanneer hij verborgen of dubbelzinnige uitdrukkingen, onduidelijkheden, listige mazen en valkuilen vermijdt. Nogmaals, in handelsovereenkomsten van die tijd en in de Bijbeluitleg van ketterse groepen was dat zeker niet altijd het geval. Dergelijke teksten werden vaak gemanipuleerd en verdraaid. Franciscus is zeker van dergelijke praktijken op de hoogte geweest. Bovendien, wie valse interpretaties van heilige teksten verkondigde liep gevaar door de kerk veroordeeld te worden. Mede daarom vermeed hij dergelijke subtiliteiten en waarschuwde hij zijn broeders dat ook te doen. “De broeders moeten katholiek zijn, katholiek leven en spreken” (RnB 19,1). Voor Franciscus waren zowel de Bijbelse tekst als zijn eigen teksten op eenvoudige wijze geschreven, zonder enige bedoeling iemand te misleiden. En zoals Gods woord in de Bijbel een sacrament was, zo zijn dat ook de woorden van Franciscus tot zijn broeders. Om die reden schrijft hij in zijn Testament dat zowel de Regel als het Testament tijdens de kapittels voorgelezen moest worden (Test 37).

Op deze manier probeerde Franciscus zijn broeders te bewaren voor een mentaliteit van gecompliceerde en dubbelzinnige interpretaties van een tekst. We moeten wel toegeven dat hij daar niet altijd in is geslaagd.

Gerard van Bull ofm

Gerelateerde nieuwsberichten