De broeders Theo van Adrichem en Piet Bots tijdens een recent bezoek aan de kleindochterprovincie in Papoea.

Franciscaanse spiritualiteit in ‘de missie’

Franciscaanse ‘kleindochter’ in Papoea

Welke indruk hebben de Nederlandse broeders ‘in de missie’ achtergelaten? In deze eerste aflevering vertelt Nico Dister wat de kleindochterprovincie Franciscus Heraut van de Vrede in Papoea/Indonesië heeft getekend. Een serie over franciscaanse gemeenschappen van Nederlandse oorsprong in den vreemden.

Nico Dister ofm

Franciscaanse provincie in Papoea

In 1937 trokken de eerste broeders naar het grondgebied dat nu de provincie Franciscus Heraut van de Vrede beslaat. Als missiegebied van de Nederlandse franciscanen was de provincie opgericht, op het moment dat de eerste broeders voet aan wal hadden gezet. De verzelfstandiging geschiedde evenwel in etappes. In 1986 droeg de Nederlandse provincie de entiteit Missiegebied in Papoea over aan de Indonesische franciscaanse provincie van de Helige Aartsengel Michael. In 1987 werd Papoea een eigen custodie, afhankelijk van de Indonesische provincie; in 2008 promoveerde zij tot onafhankelijke custodie, om uiteindelijk in 2017 een zelfstandige provincie te worden. Het provincialaat bevindt zich in de hoofdstad Jayapura.

De provincie bestaat uit 14 communiteiten, verspreid over 8 gardianaten, en telt 98 broeders. Daarvan zijn 33 broeders in vorming. Verder telt de provincie nog 12 postulanten en 8 aspiranten. In de provincie woont nog slechts één Nederlandse broeder (Nico Dister zelf). Het gebied dat de provincie bestrijkt, telt ruim een half miljoen katholieken, circa 16 procent van de bevolking van Papoea.

We bewaren een delicaat evenwicht tussen kiezen voor onafhankelijkheid en de kant kiezen van de Indonesische regering

Het eerste wat opvalt aan onze provincie is de grote belangstelling voor franciscaanse spiritualiteit. Dat is minder vanzelfsprekend dan het lijkt. In de jaren dertig, toen de eerste franciscanen naar de Molukken en Papoea kwamen, was hun missionair doel niet om de Papoea’s te laten kennis maken met het franciscaanse ideaal, maar om de Kerk te planten: de Papoea’s vertrouwd maken met de kern van het christelijk geloof, Schrift en sacrament. Verder geen tierelantijntjes en devoties zoals rozenkrans, kruisweg of heiligenverering. Ook de economie van de beminde gelovigen werd bevorderd en zeker de schoolopleiding en de gezondheidszorg. De missiezusters waren daabij van onschatbare waarde.

De invalshoek van kerkplanting veranderde in de jaren zeventig. Onder invloed van het Tweede Vaticaans Concilie groeide de praktijk van herbronning. Die vlam sloeg over naar de broeders in ‘onze missies’. Vandaar dat nu al een halve eeuw lang de franciscaanse spiritualiteit de eigenlandse medebroeders uit het hart gegrepen is.

Hoog aanzien

Vervolgens bestaat in onze provincie een duidelijke voorkeur voor parochiaal pastoraat. Dat heeft er mee te maken dat hier in Papoea het priesterschap in trek is. In het postulaat en noviciaat ligt de nadruk op het feit dat wij in de eerste plaats een religieuze broederschap vormen en dat het werk dat we doen daarom secundair is. Toch willen verreweg de meeste jonge broeders die bij ons intreden priester worden. Het hoge aanzien dat de priester hier geniet zal daar zeker een rol bij spelen. De statistieken laten zien dat er procentueel veel meer uittredingen voorkomen onder de lekenbroeders dan onder de priesterbroeders. De paar lekenbroeders die we hebben, zijn overigens goed opgeleid en deskundig in hun vak. Zo is er een biologische eco-landbouwkundige, een docent filosofie en een directeur van een catechetishe hogeschool die zelf afgestudeerd is aan een islamitische universiteit met Interfaith als studierichting.

Delicaat

Ten slotte is het kenmerkend voor onze provincie dat we een wankel en delicaat evenwicht bewaren tussen tussen broeders die – stilzwijgend – partij kiezen voor de onafhankelijkheidsstrijders, die een onafhankelijk Papoea voorstaan, en de broeders die – eveneens met mondje dicht – meer aan de kant van de Indonesische regering staan.

Gezien vanuit het oogpunt van de mensenrechten heeft ieder volk recht op een eigen staat. In zijn hart is elke native Papua voorvechter van een onafhankelijke staat, de Republiek West-Papoea, maar met zijn verstand weet hij dat dat er niet in zit.

In onze provincie zijn de Papoea’s in de minderheid. Het overgrote deel van de broeders komt van elders uit de Republik Indonesia. Onder hen zijn er velen die vaderlandsliefde koesteren voor Indonesië, maar dat niet openlijk laten blijken om hun Papoea-medebroeders niet voor het hoofd te stoten.

De oorlog tussen Rusland en Oekraïne is bekend, maar de oorlog in de binnenlanden van Papoea tussen het reguliere leger van de Republik Indonesia en het Nationale Bevrijdingsleger kent bijna niemand. Journalisten krijgen er geen toegang. Nochtans eist die oorlog al zestig jaar lang elke dag dodelijke slachtoffers.

Nico Dister ofm


Eerder verschenen in het magazine Minderbroeders Franciscanen, 2024, editie 1.

Gerelateerde nieuwsberichten