Bevolkingsgroei, hokjes en grenzen

De Verenigde Naties heeft 11 juli uitgeroepen tot Wereldbevolkingsdag, omdat op deze dag in 1987 de 5 miljardste wereldburger werd geboren. En dat aantal blijft stijgen. Een kleine 40 jaar later zijn er 8 miljard. Dat is beangstigend. Die groei is logisch. Begin je met tien mensen en krijgt elk individu (met een partner buiten de oorspronkelijke groep) 10 kinderen, dan bestaat de vijfde generatie, na pakweg een eeuw, dus al uit (10x10x10x10=) 10.000 mensen. Zijn er geen grenzen aan de groei? Wat kan onze zuster moeder aarde nog aan? Ik kan me daar behoorlijk bezorgd over maken. En het is duidelijk dat ik niet de enige ben.

Anderzijds besef ik heel goed: al die 8 miljard mensen zijn unieke creaties van God. Ze zijn er, omdat de Ene dat wil. Het past ons niet om te zeggen dat ze er niet mogen zijn. We kunnen veel zeggen, maar niet dat iemand ‘illegaal op aarde’ is. Als we dat wel gaan denken, dan is genocide dichtbij. De geschiedenis kent daar helaas genoeg voorbeelden van. En ja, mensen lijken elkaar steeds minder het licht in de ogen te gunnen. Hoe moeten we hier mee omgaan?

Kijken met de ogen van God
Massaal franciscaan en claris worden zou kunnen helpen. Maar dan is het na één generatie afgelopen met de mensheid. Dat is wel heel radicaal. We kunnen ook niet bepalen dat mensen maar een of geen kind mogen krijgen. Dat werkt niet. We zullen toch met de barmhartige ogen van God moeten kijken en inzien dat al die mensen toch onze broeders en zusters zijn. Mensen, met gevoel, gedachten, geliefden. Niet een nummer, een getal, laat staan automatisch een bedreiging voor ons eigen bestaan.

Het is belangrijk om iedereen als individu te blijven zien

Franciscus houdt ons duidelijk voor: we moeten net zoveel respect en liefde hebben voor onze huisgenoot en onze buurman als voor iemand in bijvoorbeeld China, de Verenigde Staten, Rusland, Sudan, Israël, Gaza of Iran. We moeten met elkaar in gesprek blijven en iedereen de ruimte geven die hij of zij verdient: precies genoeg ruimte om goed en vrij te leven. Niet exorbitant veel, zoals multimiljardairs, en ook niet te weinig, zoals mensen in sloppenwijken, oorlog en vluchtelingenkampen. Maar gewoon genoeg. Ook dat is hier weer het enige echte antwoord.

Wat daarbij volgens mij ontzettend belangrijk is, is iedereen als individu blijven zien. Als we iemand als onderdeel van een groep zien, plaatsen we haar of hem automatisch in een hokje. “Hij is Irakees, dus…” “Hij stemt VVD, dus…” We mogen mensen nooit over een kam scheren.  Met regelmaat krijg ik de vraag: “Wat vinden de franciscanen van…?” Mijn standaardantwoord is dan: “De franciscanen vinden niks, kunnen niks en willen niks.” Elke broeder is anders en vindt dus ook wat anders. En zo is het ook in de wereld.

Onlangs zag ik een sketch van het jeugdprogramma “Het Klokhuis”, waarin het precies goed werd gezegd. Het ging erover hoeveel soorten mensen je hebt, anders gezegd: hoeveel hokjes. Het antwoord was: één, waarin alle mensen passen, of 8,3 miljard, voor elk mens op aarde een eigen. En zo is het. Vandaag vieren we 8,3 miljard door God geliefde zusters en broeders.

Wijsheidsspreuk 25 De echte liefde
Gelukkig de dienaar
die zijn broeder evenveel liefheeft en respecteert,
wanneer deze ver weg is,
als wanneer hij bij hem is,
en die over hen niets achter zijn rug zegt,
wat hij niet met liefde in diens bijzijn kan zeggen.

Br. Hans-Peter Bartels

Gerelateerde nieuwsberichten

Br. Jo / Fer