God vult ons onvermogen tot vergeven aan
Vandaag, 7 juli, wás tot een aantal jaar geleden, ‘Global Forgeviness Day’: de ‘Internationale Dag van Vergeving’. Sinds 2020 wordt hij niet meer georganiseerd. Toch blijft het een goed moment om stil te staan bij dit belangrijke thema.
Dat precies de dag die draait om vergeving niet meer georganiseerd wordt, daar schrik ik van. Ik denk dat vergeving vragen en geven nog even belangrijk is of misschien nog wel belangrijker dan ooit… Maar ergens snap ik het ook wel. Vergeven is moeilijk en niet hip, in deze wereld waarin steeds meer mensen geloven dat het recht van de sterkste moet gelden. Maar wie dat denkt, heeft van het Leven – met hoofdletter L – weinig begrepen. Elton John zingt al (dit jaar precies) 50 jaar: “Sorry seems to be the hardest word.” (“Sorry lijkt wel het moeilijkste woord.”)
Het zijn twee van de moeilijkste dingen die er zijn: zowel vergeving vragen als vergeving geven. Beide zijn niet eenvoudig. We weten het allemaal. Iedereen heeft ermee te maken. Het moment van toegeven dat je iets fout hebt gedaan, sorry zeggen en vragen een nieuwe start te mogen maken: het maakt je kwetsbaar. Krijg je de vergeving of blijft de ander boos op of teleurgesteld in je?
“Sorry seems to be the hardest word”
Kan ik dit wel oprecht bidden?
En dan vergeving géven. Dat maakt eveneens kwetsbaar. Stel dat de vergevingsvraag niet oprecht was, dan kan er zo opnieuw misbruik van worden gemaakt, waardoor wonden nog dieper worden of nieuwe wonden ontstaan. En kun je eigenlijk wel vergeven als iemand niet om vergeving vraagt?
Als kind ben ik ontzettend veel gepest. Dat begon in groep 1 van de basisschool en is doorgelopen tot en met de derde klas van de middelbare school. Dat was geen gemakkelijke tijd. Het was een periode van buitensluiten; een periode van uitschelden, spullen afpakken, mijn jas besmeuren, enz. enz. Maar ook een periode van niet geloofd, niet geholpen worden door de verantwoordelijke volwassenen in mijn leven (mijn ouders uitgezonderd). Want ja, het was áltijd buiten het zicht en dus mijn woord tegen het hunne. En die ene keer dat ik wél van me had afgebeten toen ik werd uitgescholden (ze hadden me iets als “krijg lekker kanker” toegeslingerd – en ik was met een “je moeder” doorgelopen), was ik meteen ‘de boosdoener’, want ja… zoiets zeg je niet over iemands moeder. Maar blijkbaar wel over een medeleerling?
Maar goed. Jaren later, ik was inmiddels een student, begon het geloof voor mij steeds meer een bewust-actieve rol in mijn leven te leiden. Tijdens het bidden van het Onze Vader, bleven mijn gedachten ineens steken bij de zinnen “En vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren.” Ik kon niet verder. Kan ik dit wel oprecht bidden als ik die pestkoppen niet vergaf? En als ik dit niet oprecht kon bidden, maar wel keer op keer zo uitsprak, was dat dan niet hypocriet? Toen heb ik bewust ál mijn pestkoppen vergeven. We waren kinderen. Kinderen zijn vaak gemeen. Daarbij hadden de meesten ook zo hun eigen problemen. Kon je ze wel verantwoordelijk houden? Ik hoopte dat ze allemaal tot zelfbewuste volwassenen waren opgegroeid en misschien spijt hadden van hun daden. Of misschien waren ze het gewoon vergeten. Geen idee. Het was goed. Ik had ze vergeven.
En toch… toen jaren daarna een van deze personen zich via een Messengerbericht bij mij meldde en haar excuus aanbood voor wat er in het verleden gebeurd was, kón ik daar niet op reageren. Een stem in mijn achterhoofd zei: stel dat je reageert en uitspreekt dat je haar al vergeven hebt, dan maak je je heel kwetsbaar en daar kán ze misbruik van maken. Want zo deden ze dat in het verleden ook. Heb ik ze nou wel echt vergeven of niet? Het blijft een worsteling. Ja, ik geloof echt dat ik ze wel vergeven heb. Maar om die kwetsbaarheid te moeten tonen via sociale media en niet in het echt…? We weten allemaal hoe ‘asociaal’ die sociale media kunnen zijn.
Vergeven om vergeven te worden
Vergeving. Het is een van de kernelementen van het christendom. Jezus onderging de verschrikkelijke kruisdood zodat God zijn schepselen, zijn mensen kon vergeven. Het is een radicaal andere instelling dan andere culturen die gebaseerd zijn op “oog om oog, tand om tand.” Willen we de wereld steeds een beetje mooier maken, dan is vergeving ontzettend belangrijk.
In de voorlopige regelredactie – de versie van zijn regel waarin wat meer Franciscus en wat minder kerkrecht zit – schrijft Franciscus: ”Vergeef en u zal vergeven worden.” (1 Reg MB 21:5) Hij parafraseert hier Jezus in het Lucasevangelie. Of beter, hij voegt iets toe aan Jezus’ uitspraak in de Veldrede: “Oordeelt niet, dan zult ge niet geoordeeld worden; veroordeelt niet, dat zult ge niet veroordeeld worden; spreekt vrij en ge zult vrijgesproken worden.”
Wie zelf niet wil vergeven, kan ook niet vergeven worden. Als je vast blijft zitten in wrok, boosheid, verdriet, dan zet je jezelf klem. Je komt niet meer vooruit, begaat zelf ook fouten… en hoe kun je nu verwachten dat iemand je die vergeeft als jijzelf volhardt tegen een ander?
Wie zelf niet wil vergeven, kan ook niet vergeven worden
Franciscus helpt!
Maar hoe doe je dat? Franciscus geeft ons een mooi handvat. Franciscus helpt ons via een gebed dat hij schrijft bij het Onze Vader nadat hij er jaren en jaren op gemediteerd heeft. Dat gebed bevat een handvat tot vergeven, precies bij de twee zinnen uit het Onze Vader die ik eerder aanhaalde. Hij schrijft:
En vergeef ons onze schulden
door uw onuitsprekelijke barmhartigheid,
door de kracht van het lijden van uw geliefde Zoon,
en door de verdiensten en voorspraak
van de allerzaligste maagd
en van al uw uitverkorenen.
Zoals ook wij aan onze schuldenaars vergeven
en wat wij niet ten volle vergeven,
geef, Heer, dat wij het toch ten volle vergeven,
zodat wij omwille van U de vijanden waarachtig liefhebben,
voor hen toegewijd bij U ten beste spreken,
niemand kwaad met kwaad vergelden
en ernaar streven hun omwille van U in alles van nut te zijn.
We moeten ons er toch aan durven over te geven – met een God die niets liever wil dan vergeven, en het voorbeeld en de hulp van de velen die ons zijn voorgegaan (dat eenvoudige meisje uit Nazareth dat zou uitgroeien tot de Moeder van alle mensen voorop). En zelfs dan, als het ons echt niet lukt – en ik kan me massa’s voorbeelden voorstellen waarin het echt niet lukt, met zulke verschrikkelijke zaken zoals misbruik, zeker als de dader geen berouw toont (of kan tonen omdat hij/zij niet meer leeft) of vergeven wil worden – dan vult God alsnog ons onvermogen aan dwars door alle pijn en wrok heen, zodat die vergeving tóch tot stand komt, zodat ook jijzelf geheeld kan worden en verder kan in het leven. Wauw.
Kwetsbaar
Er is immers maar één kracht die het kwaad kan verslaan: de liefde. Ontwapen alles met liefde. Want God is liefde. En wie in de liefde blijft, blijft in God en God blijf in hem. (1 Joh 4,16b). Dat handjevol mannen dat de wereld op zo’n kwade wijze domineert… hun kwaad kan niet met kwaad vergolden worden. Probeer zelf van nut te zijn in onze wereld en het goede te doen. Zij die zich verrijken, zullen beschaamd staan. Maria zong het al: “Barmhartig is Hij van geslacht tot geslacht voor hen die Hem vrezen. Hij toont de kracht van zijn arm; slaat trotsen van hart uiteen. Heersers ontneemt Hij hun troon, maar Hij verheft de geringen. Die hongeren overlaadt Hij met gaven, en rijken zendt Hij heen met lege handen.” (Lc 1:50-53)





Fer van der Reijken


