Broeder glimlach

Wist je dat het jaarlijks op 1 juni ‘Zeg Iets Liefs Dag’ is? Broeder Guy Dilweg schreef voor deze gelegenheid een verhaaltje over Franciscus en de glimlach van zijn broeder Alessandro.

Hij was in de zevende hemel, broeder Alessandro. Verrukt liep hij rond in de kluizenarij van de broeders in Poggio Bustone. Altijd een glimlach om de lippen en een vrolijk wijsje neuriënd. De andere broeders noemden hem daarom ‘frate Sorriso’, broeder Glimlach, al werden ze die eeuwige glimlach en dat geneurie van hem ook wel eens zat. Enfin, je moet wat van een ander kunnen hebben. En ze probeerden zich te verheugen in de stille vreugde van hun medebroeder.

Tot op een goede dag Franciscus zijn medebroeders opzocht. Ze hadden een goed gesprek, een eenvoudige maaltijd en zongen samen een mooie psalm. ‘Maar ontbreekt er niet iemand?’, vroeg Franciscus, de kring rondkijkend. ‘Ja,’ antwoordden de broeders. ‘Broeder Alessandro is liever verzonken in de Heer en wil zich niet laten afleiden.’ ‘O, dat is mooi’, reageerde Franciscus, ‘daar wil ik wel meer van weten.’ En ze wezen hem de plek waar hij zich vaak in gebed terugtrok.

Franciscus naderde hem omzichtig en riep hem zachtjes bij zijn naam. ‘Broeder Alessandro, broeder Alessandro, mag ik je even storen? Ik ben je broeder Franciscus en wil je graag even begroeten.’ De broeder keek om, nog steeds met een glimlach, maar ook wel verstoord. Maar ja, een groet van Franciscus kon hij niet afwijzen. Die kwam naar hem toe en ging zitten; Alessandro wat ongemakkelijk naast hem. ‘Ik hoor veel goeds over je, Alessandro,’ begon Franciscus. ‘Je hebt blijkbaar een bijzonder lijntje met de Heer.’ De broeder knikte. ‘Ja, vader, ik ontvang een grote genade, mijn ziel is er vol van.’ Franciscus: ‘En niet alleen je ziel, begrijp ik, maar je hele gemoed. Het straalt van je af.’

Alessandro ontspande wat. Ergens had hij verwacht dat Franciscus hem de les zou lezen. Dat hij te weinig met de broeders optrok; te veel zijn eigen plan wilde trekken. Of erger – dat Franciscus hem op een of andere manier zou doorzien; dat achter zijn glimlach ergens diep weg twijfel school: hield hij zichzelf niet voor de gek? Dat had hij goed aangevoeld. Franciscus wilde inderdaad een gesprek met hem over die glimlach én over de bron ervan.

Franciscus wist niet goed hoe te beginnen; hij deed een poging. ‘Als ik het goed begrijp, Alessandro, ben je zo vol van de Heer, dat er geen ruimte meer is voor je medebroeders?’ O, zo had Alessandro het nog niet bekeken. ‘Hoe bedoelt u?’, vroeg hij, wantrouwend. Franciscus raakte hem even geruststellend aan. ‘Ik wil niks afdoen aan jouw ervaringen, Alessandro, maar ik wil je wel iets van mijn ervaringen vertellen.’ Dat was goed. ‘Ik kan ook helemaal opgaan in de Heer’, ging Franciscus verder. ‘En dat is voor mij een grote bron van vreugde. Wat ik gemerkt heb, is dat die vreugde mij als het ware doet overkoken.’ ‘Overkoken?’ ‘Ja, dat ik het niet meer voor mezelf kán houden; het moet erúit. In een lied, in een omhelzing, in een grote liefde voor mijn medebroeders, voor de aarde, voor het leven.’ En hij vervolgde: ‘Ik geloof dat die “hemelse vreugde” die we soms mogen ervaren, heel de werkelijkheid betreft en omvat.’

’Ja, en?’ reageerde Alessandro. ‘Nou, dat die vreugde – als die zo diep van binnen komt – je opent naar de ander en naar de wereld; dat de glimlach die je lippen siert een uitnodiging is naar de ander om te delen in je vreugde. Dat je glimlach laat zien dat het leven mooi is, dat jij mooi bent, dat die ander mooi is. Dan is de glimlach een kracht die verbindt en vreugde oproept en verspreidt.’

Dat moest Alessandro even laten bezinken. Hij zweeg. Na een tijdje begon hij met zijn hoofd te knikken. De woorden van Franciscus raakten hem. En al begreep hij het nog niet helemaal, er stroomde een nieuwe vreugde in zijn hart. Hij ontspande, keerde zich schuchter naar Franciscus. En toen vielen ze elkaar in de armen.

Even later keerden ze samen naar de broeders terug. Die ontvingen Alessandro met open armen. Hun glimlach vervulde heel de kluizenarij. En alles wat daar leefde verheugde zich met hen. En God zag dat het goed was.

Br. Guy Dilweg

Gerelateerde nieuwsberichten

Straatpastor Lianne