Franciscus’ inspiratie voor deze tijd
Franciscus 800 jaar springlevend
In de franciscaanse familie vieren we dit jaar de 800e sterfdag van Franciscus van Assisi. Hij leefde van 1182-1226. Maar veeleer dan zijn dood te herdenken vieren we dat hij al 800 jaar springlevend is! In deze bijdrage zal ik iets schrijven over zijn inspiratie die volgens mij ons in onze tijd veel te zeggen heeft.
Conflicten
De leefwereld waarin de jonge Franciscus opgroeide werd bepaald door conflicten. Thuis aan de keukentafel zag hij in de ogen van zijn vader Pietro Bernardone voortdurend ‘dollartekens’. Pietro was een koopman en verdiende – gewiekst als hij was – veel geld in de lakenhandel. Maar over dat geld had hij vaak ruzie met andere kooplieden of mensen van adel. Wie nu nog naar het stadsarchief van Assisi gaat, kan perkamenten inzien waarin staat van wie Bernardone nog geld of andere goederen zou moeten krijgen en om hoeveel het zou gaan.
Een ander conflict uit die tijd was het verschijnsel van de zogenaamde stedenoorlogen. Naar onze tijd: Breda trekt ten strijde tegen Tilburg. Franciscus zelf vocht als jongeman mee in de stedenoorlog tussen Assisi en het naburige Perugia. Hij werd daarbij zelfs krijgsgevangene gemaakt. Rijkeluiszoontjes werden niet om het leven gebracht maar in een kerker gezet. Hun familie kon hen daarna voor veel geld vrijkopen. Een lucratieve business in die tijd. Het jaar in de gevangenis knakte Franciscus’ gezondheid en gaf hem veel tijd om na te denken over zijn leven en om te bidden.
Een derde conflict dat de leefwereld van Franciscus bepaalde, werd gevormd door de 5e kruistocht (1217-1221). De Saracenen (andere naam voor moslims) hielden het Heilig Land bezet en de christelijke kruisvaarders probeerden het te bevrijden. Aan beide zijden vielen er veel slachtoffers.
De wortel van ieder conflict
Al deze conflicten deden Franciscus de vraag stellen: wat is de wortel van ieder conflict? Hij bad en mediteerde veel rond deze vraag. Uiteindelijk vond hij het antwoord: de toe-eigening door de mens. Daar waar mensen zeggen: “Dit is van mij”, gaat het vaak verkeerd. Denk voor onze tijd aan het programma van de Rijdende Rechter. De familie Boersma heeft een prachtige kastanjeboom in de tuin staan, tientallen jaren geleden opgekweekt uit een kastanje afkomstig van de boom in de tuin van het Anne Frank Huis in Amsterdam. Ze zijn er erg aan gehecht. Maar… deze grote boom ontneemt de familie Van Lier veel zonlicht in de huiskamer. Zie daar het conflict: “Deze boom is van ons” versus “Het licht in de huiskamer is van ons.” Alle conflicten, ook om immateriële zaken, zijn terug te leiden naar de toe-eigeningsreflex van de mens. Tot en met: “Wij hebben de waarheid – nee, wij!” Voor Franciscus was het duidelijk: alles wat je bezit moet verdedigd worden. Dat brengt de vrede in gevaar. Heel radicaal koos Franciscus toen voor de armoede in de vorm van bezitloosheid. Wie niets hoeft te verdedigen, kan gemakkelijker in vrede leven met andere mensen.
“Alle conflicten, ook om immateriële zaken, zijn terug te leiden naar de toe-eigeningsreflex van de mens”
“God was zowel Eigenaar als Gever van alles”
Franciscus’ godsbeeld
Dit alles stond ook in verband met het beeld dat Franciscus van God had. In zijn eerste belangrijke tekst voor de broeders schrijft Franciscus over God “die de volheid van het goede is, al het goede, heel het goede, het echte en hoogste goed, die alleen goed is.” Franciscus tuimelt over zijn woorden als hij op Gods goedheid wil wijzen. En op de eerste bladzijde van de Bijbel had hij al gelezen: “In het begin schiep God de hemel en de aarde.” Franciscus’ conclusie was duidelijk. Als God de hemel en de aarde geschapen heeft, dan is God ook de Eigenaar van alles. Daarbij leerde Franciscus deze Eigenaar kennen als een heel vrijgevige Eigenaar. God was zowel Eigenaar als Gever van alles. Dat laatste wordt ‘genade’ genoemd. God deelt zijn bezit vrijgevig uit aan al wat leeft om er volop van te kunnen leven.
Teruggeven
En dat brengt ons bij een rode draad in de spiritualiteit van Franciscus. Eigen jezelf niets, maar dan ook helemaal niets toe! Jezelf iets toe-eigenen is voor Franciscus plagiaat, eerroof. Je neemt iets in bezit wat van God is. Ontvang iedere dag wat je nodigt hebt uit de handen van God. En geef het ook weer terug aan God. Dat teruggeven aan God kan door God te loven en te danken en dat kan tegelijkertijd door je naaste te dienen als jezelf. Op die manier creëren we als mensen een ‘sacramentele heilseconomie.’ Er is een onbelemmerde circulatie tussen ontvangen en teruggeven, teruggeven en ontvangen.
Daarmee ging Franciscus door het leven als een bezitloze, dankbare broeder, die Gods goedheid dagelijks kon ontvangen in alle genade op zijn pad. Dat maakte hem heel rijk. Aan het eind van zijn leven gaf hij zelfs zijn lichaam van harte over in de handen van ‘zuster Dood’. En hij geloofde dat ook het Land van de Levenden hem geschonken zou worden.
Br. Fer van der Reijken




Simone Ooms

