De genade van tranen

Broeder Steven Cauchie leest een spreuk van abba Poimen, een van de woestijnvaders, en leert: tranen tonen een levend hart en kunnen leiden tot innerlijke vrede.

Een broeder vroeg abba Poimen: ‘Wat moet ik doen met mijn zonden?’ De grijsaard sprak tot hem: ‘Wie zijn zonden wil wegwassen, wast ze met tranen, en wie wil groeien in de deugden, laat ze groeien met tranen. Want onze tranen zijn de weg die de Schrift en onze Vaders hebben overgeleverd. Ze vertellen ons: ‘Huil. Een andere weg bestaat er niet.’

Deze korte tekst komt uit de zogenaamde Woestijnvaderspreuken, korte wijsheden van de monniken en monialen die vanaf de tweede eeuw als kluizenaar en later in kloosters gingen leven in de Egyptische woestijn. In deze korte tekst geeft een van deze woestijnvaders, Poimen, een van zijn volgelingen de raad te huilen als een weg uit zonden en naar deugden toe. Dit mag wel verbazen. Is huilen niet essentieel een negatief teken van verdriet? Hoe kan dit dan een weg naar God zijn?

Paus Franciscus gaf in een toespraak aan de jezuïeten uit Myanmar en Bangladesh een verklaring van de opvallende raad van abba Poimen: “Vandaag is er veel discussie over hoe de banken te redden. Maar wie redt vandaag de dag de waardigheid van mannen en vrouwen? Niemand geeft nog langer om mensen in puin. De duivel slaagt erin dat te veroorzaken. Voor dit alles moeten we vragen om één genade: huilen. De wereld verloor de gave van tranen. De schaamteloosheid van onze wereld is zodanig dat de enige oplossing is om te bidden en te vragen om de genade van tranen.”

Huilen wordt zo een tegengewicht tegen schaamteloosheid en ongevoeligheid

Huilen wordt zo een tegengewicht tegen schaamteloosheid en ongevoeligheid. Want het hart leeft en is geraakt en de tranen komen als teken hiervan. Door deze houding van liefde en geraaktheid, geuit in tranen, wordt het hart ook gezuiverd zodat de verschrikking van de tijd er geen wortel in kan schieten en kan leiden tot doemdenken, fatalisme en, inderdaad, gevoelloze schaamteloosheid. Het kan zo helpen de inwendige vrede te bewaren in een wereld vol onrecht, oorlog en geweld. Tranen zijn zo, meer dan een hulpmiddel, een geschenk en de christelijke traditie spreekt dan ook met reden over de ‘genade van tranen’. Om mens te blijven in een onmenselijke tijd, staat ons dus de genadevolle weg van tranen van abba Poimen ter beschikking: huil.

Een toepasselijk en prachtig gedicht over de genade van de tranen, de dichter gebruikt het woord ”schreien”, werd geschreven door de kapucijn-dichter Eilardus van de Griendt OFMCap (1906-1952) en voor de publicatie ‘Klein Zonnelied’ van een afbeelding voorzien door de bekende franciscaanse kunstenaar Philippus Philippus OFMCap.

Schreien

Ik heb vanavond – wat ik in geen jaren deed –

weer ‘ns geschreid om ’t opgekropte leed;

Ik heb de tranen weer ‘ns weggewreven

die, onnatuurlijk, waren weggebleven

Mijn hart was oud geworden, mijn gelaat verweerd…:

ik dank U, dat Ge mij weer schreien hebt geleerd!

Br. Steven Cauchie

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Francesco Magazine aflevering 1 (2026).

Gerelateerde nieuwsberichten

Pixabay - sperantazum