Wie zijn die wijzen?

Bouwen aan de kerststal (5)

De franciscanen gelden als de ‘uitvinders’ van de kerststal. Als een driedimensionaal schilderij verbeeldt deze het moment dat God mens werd. In deze korte serie verdiepen we ons in de verschillende aspecten van de kerststal. Aflevering 5: ‘Wie zijn die wijzen?’.

Op 6 januari (in de praktijk op de zondag na Nieuwjaar) vieren we Epifanie of de Openbaring van de Heer, beter bekend als de Driekoningen. Wie zijn dat toch en wat valt er te vieren? We lezen erover in het evangelie van Matteüs (Mt. 2:7‑11): ‘Toen Jezus geboren was, in Bethlehem in Judea, tijdens de regering van koning Herodes, kwamen er magiërs uit het Oosten…’

Als we verder lezen, weten we ook dat hun bezoek niet zonder hobbels verliep. En dat ze drie geschenken meebrachten om aan het Kind te geven. Niet direct kraamvisite-geschenken: goud, wierook en mirre. Vanwege die drie geschenken was er al snel sprake van drie wijze bezoekers.

Gelukkig geeft het verhaal van Matteüs ons nog een paar aanwijzingen: de magiërs uit het Oosten hebben een ster zien opgaan die ze met de geboorte van een koning verbinden. Zo verschijnen ze aan ons als Oosterse geleerden die zich met magie en astrologie bezighouden en op zoek gaan naar een pasgeboren kind. Wellicht hebben Matteüs’ lezers gedacht aan de magiërs in het bijbelboek Daniël 4,4: ‘De magiërs, bezweerders, Chaldeeën en waarzeggers kwamen, ik vertelde hun mijn droom maar zij konden hem niet verklaren.’

Maar wat vieren wij nu eigenlijk met Driekoningen? Een duik in de geschiedenis van dit feest leert me al spoedig dat we eigenlijk iets vieren waar een lange ontwikkeling aan vooraf ging. Laten we bij enkele elementen stilstaan zodat de rijkdom van dat verhaal uit Matteüs tot ons kan gaan spreken.

Oudste afbeelding

In de oudste bronnen staan nergens hun namen opgetekend, maar die bezoekers kregen in de loop der tijden namen, en leeftijden, en kleur. De oudste afbeelding ons bekend is te vinden in de catacombe van Priscilla in Rome. Daar is een wandschildering te zien met drie vage figuren in verschillende kleuren op weg naar een moeder en kind op een troon.

Veranderingen

Deze drie figuren krijgen in de loop der jaren duidelijk elk een verschillende leeftijd: jong, middelbaar en bejaard. Nog later zie je dat ze de verschillende toen bekende continenten vertegenwoordigen (Europa, Azië en Afrika) en ze krijgen ook nog namen: Caspar, Melchior en Balthazar. Ze droegen oorspronkelijk de kledij uit Frygië (een Klein-Aziatisch rijk), vooral herkenbaar aan de typische muts, een zacht kegelvormig hoofddeksel waarvan de top naar voren wijst en weer wat naar beneden valt.

Die uitbeelding is nog goed terug te zien op de mozaïek in de San Apollinare Nuovo in Ravenna, Italië (6e eeuw). Hier zie je drie wijzen met Frygische muts met elk hun geschenk in de hand. Ze laten zich leiden door de ster.

Relikwieën in Keulen

Een van de legendes die rond deze wijzen zijn ontstaan, vertelt dat ze uiteindelijk allemaal in één graf kwamen te liggen. En dat hun relikwieën na veel wederwaardigheden in Keulen terechtkwamen waar ze nog zijn, opgeborgen in een prachtige reliekschrijn.

Zulke legenden en ook de vele schilderijen, beelden en glasramen zijn een soort stripverhalen voor de mensen in de Middeleeuwen waar slechts weinigen konden lezen.

Wijzen worden koningen

Ondertussen werden de wijzen koningen met een uitgebreid en kleurrijk gevolg van personeel en dieren, zoals te zien is in het werk van Benozzo Gozzoli, in Firenze, de Cappella dei Magi (15e eeuw). Een ontwikkeling die de boodschap oppakt van het verhaal in Matteüs: Jezus is gekomen voor alle volkeren. Al is er ook de dramatische confrontatie met de wereldlijke en geestelijke macht in Jeruzalem. Als gevolg daarvan moeten de wijzen langs een andere weg naar huis terugkeren, moet Jozef vluchten naar Egypte met Maria en het kind, en volgt de kindermoord in Bethlehem.

Op reis gaan

De wijzen gingen op reis, zo schrijft Matteüs. Iedereen die wat vertrouwd is met literatuur weet dat een reis en reisverhalen altijd meer zijn dan een verplaatsen van a naar b. Een reis staat voor het leven, voor de zoektocht van het leven. De teksten van de liturgie van deze dag helpen ons op weg:
Er schittert een groot licht. Koningen laten zich leiden door dat licht. Ook al komen ze van ver. Ze zijn vergezeld van een vloed van kamelen, die beladen zijn met geschenken. Die koningen werpen zich neer voor wie zij als nieuwe koning herkennen. Zo delen mensen uit andere volken en culturen in de openbaring van Jezus. In het evangelieverhaal horen we over magiërs die de ster van de koning der joden hebben gezien en zijn gevolgd. En die hebben dan weer drie geschenken bij zich: goud, wierook maar ook mirre. Opmerkelijk is dat ze langs een andere route weer huiswaarts keren.

Volksgebruiken

Rond deze kleurrijke verhalen zijn ook heel wat volksgebruiken ontstaan die in verschillende landen eigen accenten kregen. Zo vertoont het feest in Spanje veel gelijkenissen met het Nederlandse sinterklaasfeest voor de kinderen, met onder andere cadeautjes in de schoen. In sommige steden en dorpen in België en Nederland gaan kinderen verkleed als koning langs de huizen. Ze dragen een ster, zingen een lied en halen snoep of geld op. Soms zijn het niet kinderen die rondgaan maar volwassenen, die wat ze aan geld ophalen op een rekening storten voor ontwikkelingshulp aan kinderen.

Bezinning ter afsluiting

Het zijn wijzen die naar boven kijken om de tekens van de tijd te bespeuren. Die bereid zijn daarvoor alles achter te laten, op tocht te gaan, zonder te weten waar dat hen brengen zal. Maar het teken – een groot licht – wijst hun de weg. Ze zoeken naar de ware koning om die te aanbidden en hem geschenken aan te bieden.

Als ze door een onware koning op het verkeerde pad gezet worden, volgen zij toch opnieuw de ster die hen leidt en vinden ze – oprecht van hart als ze zijn – het kind, de ware koning. Ze knielen voor hem neer.

Het zijn wijzen die omwegen durfden maken die hen door laagten en over hoogten voeren want zij leren de wijsheid van het op weg gaan. Ook als dat langs vreemde paden voert verdwalen ze niet omdat ze de ster van vrede en vreugde volgen.

Zij knielen omdat ze in het kind de koning herkennen die ze zoeken. En met hun geschenken wijzen ze vooruit: goud, wierook en mirre.

En zij keren langs een andere weg terug naar huis, naar hun werk, naar hun plek tussen de mensen want daar wacht het leven.

Beatrijs Corveleyn OSC

Gerelateerde nieuwsberichten

Wikimedia commons